Vitamine D-tekort: Oorzaak – symptomen – voeding


De zonnevitamine

Een miljard mensen op de wereld heeft een gebrek aan vitamine D. We kunnen daarvan alleen maar voldoende in ons lichaam opnemen met voldoende zonnebaden, of door het innemen van de juiste voedingssupplementen.

Haaruitval, depressie, vermoeidheid, huidaandoeningen, kanker; Het zijn een paar van gezondheidsklachten en ziekten die verband houden met een tekort aan vitamine D in he lichaam. Vitamine D speelt een rol in vele processen in het lichaam. Het heeft onder andere impact op de botten, de spieren, het immuunsysteem en op de bloedvaten. Daarom wordt er veel onderzoek gedaan naar de zonnevitamine, en is het een hot-topic in de media: op televisie en in tijdschriften en sociale media.

Ondanks de hype en de nieuwe kennis over vitamine D lukt het nog steeds maar weinig mensen om genoeg zon-uren te nemen. Er bestaan schattingen dat 1 miljard mensen op de wereld niet genoeg van de vitamine opbouwt. Het Robert Koch Instituut heeft berekend dat 60 procent van de Duitse bevolking bij die 1 miljard hoort.[1]

Dit artikel verklaart hoe het uitvoeren van tests, zonnebaden en voedingssupplementen je kunnen voorzien van een optimale dosis vitamine D en wat je lichaam hier uiteindelijk mee doet. We leggen uit wat de gevolgen kunnen zijn van een overschot, en welke ziekten het gevolg kunnen zijn van een tekort.

Wat is vitamine D?

Vitamine D is een vetoplosbaar vitamine, dat wetenschappers ook wel als hormoon benoemen. Dat is niet alleen omdat het hormoonachtige effecten in het lichaam heeft maar ook omdat het niet afkomstig is uit voedsel, zoals de andere vitamines. Ons lichaam is in staat zelf vitamine D te maken, maar heeft daar wel UV straling van de zon voor nodig. De twee meest belangrijke vormen zijn vitamine D2 (ergocalciferol) en vitamine D3 (cholecalciferol), ook wel 25-(OH)-D genoemd.[2]

Welke rol speelt vitamine D in het lichaam?

De zonnevitamine is betrokken bij vele lichaamsprocessen, voornamelijk op grond van de gecombineerde rol van vitamine en hormoon. Tot de belangrijkste taken behoren de opbouw van botten en de aanmaak en werking van onze spieren. Daarnaast versterkt vitamine D de werking van het immuunsysteem en beschermt het de bloedvaten.[2]

Andere taken van vitamine D omvatten:

  • het reguleren van de calcium en fosfaat opname in de dunne darm.
  • reguleren van de expressie van meer dan 200 genen.
  • ondersteuning van de werking van de spieren in het hart.
  • als een drukgevoelig mediator.
  • bevordering van het ontwikkelen van het skelet in kinderen.

Hoe vitamine D het lichaam beïnvloedt

Aanmaak van vitamine D

Het is niet voor niets dat vitamine D de zonnevitamine wordt genoemd. Ons lichaam heeft het licht van de zon nodig voor de aanmaak ervan, de UV-B straling in het zonlicht om precies te zijn. Eerst wordt in de lever van cholesterol omgezet in 7-dehydrocholesterol dat naar de huid wordt vervoerd. Daar wordt dit verder omgezet in de actieve vorm van vitamine D, vitamine D3, dat op zijn beurt wordt omgezet in 25-hydroxy-cholecalciferol (25-OH-D), de opslagvorm van vitamine D. Spieren en vetweefsel zijn de voornaamste opslagplaatsten. De nieren zetten 25-OH-D uiteindelijk om tot 1,25-(OH)2-D wat via de bloedsomloop daar in het lichaam komt waar de vitamine zijn werk moet doen.[5]

Hoe krijgen we vitamine D binnen via onze voeding?

De dunne darm kan tot 80 procent van aangeboden vitamine D3 opnemen uit voedsel. Toch levert dit maar een kleine bijdrage aan vitamine-vraag van het lichaam; 10 tot 20 procent. Dat heeft er mee te maken met het feit dat maar weinig voedingsmiddelen vitamine D bevatten, en dan nog maar in kleine hoeveelheden. Vitamine D3, zo belangrijk voor het lichaam, is vrijwel uitsluitend in voedsel van dierlijke oorsprong te vinden, met name in

  • vette vis (haring e.d.)
  • margarine en boter
  • melke en eigeel

Paddestoelen en avocados bevatten wel vitamine D, maar in een vorm die het lichaam slecht kan opnemen. Je zou grote hoeveelheden moeten eten om voordat je maar de minimale gewenste dagelijkse dosis hebt binnengekregen. Voor de 800 International Units (IU), 20 microgram, zoals aanbevolen door de Duitse Vereniging voor Voeding, heb je 2400 gram paddestoelen, 4 kilo runderlever, 4 kilo boter of 80 eieren nodig.[2]

Kort gezegd: Met voeding alleen is het onmogelijk om aan de benodigde hoeveelheden vitamine D te komen. We moeten het grootste deel dus zelf maken, en dat werkt niet zonder zonlicht.

Banner_Vitamine_D_Test

Hoeveel vitamine D heb ik nodig?

Het is van belang dat er een voldoende grote hoeveelheid in het lichaam aanwezig is en blijft, en een betrouwbare schatting voor een benodigde dosis is moeilijk te geven omdat we in verschillende jaargetijden verschillende hoeveelheden vitamine D verbruiken. Het beste is om de hoeveelheid vitamine D in het bloed te meten. Daarbij wordt de concentratie 25-(OH)-D bepaald, met de uitslag in de bijvoorbeeld uitgedrukt in ng/ml, nanogram vitamine per milliliter bloed[34].

  • De meeste publicaties geven aan dat meer dan 30 nanogram/milliliter voldoende is
  • Waarden van minder dan 11 ng/ml liggen onder de kritische grens en kan het optreden van aandoeningen als botontharding bevorderen of versnellen.
  • Er zijn echter onderzoekers die menen dat 60 ng/ml een minimum is om volledig van de gunstige werking van vitamine D te profiteren.

Hoe krijg ik voldoende hoeveelheden vitamine D binnen?

Zonnebadende vrouw werkt aan vitamine D

Hoe lang we in de zon moeten liggen om voldoende vitamine D te produceren hangt af van veel factoren, ons huidtype, de breedtegraad waar we leven, het tijdstip van de dag en het seizoen. In de zomer is het normaal gesproken voldoende om gezicht, handen en armen drie maal per week tien tot twintig minuten bloot te stellen aan de zon.

een voorbeeld: Om 400 IU vitamine D aan te maken heeft een persoon met een half-lichte huid (langzaam bruinend, maar zelden verbrandend) tussen april en oktober, op de 42e breedtegraad (zuid Frankrijk), die een kwart van zijn huid blootstelt (armen, gezicht, nek) rond lunchtijd drie tot acht minuten nodig.

Veel mensen lukt het niet om zich in de zomer aan voldoende zonlicht bloot te stellen, en dat geldt nog meer in de winter. Niet alleen is er op het noordelijk halfrond dan veel minder zon, het zonlicht bevat dan ook weinig UV-B straling. Een voldoende vitamine D opbouw is in zulke omstandigheden vrijwel onmogelijk.[1]

Universiteiten en instituten breken zich daarom het hoofd hoeveel vitamine D we zouden moeten slikken via voedingssupplementen als we door gebrek aan goed zonlicht onszelf niet van voldoende vitamine kunnen voorzien.

Let op: overdrijf niet met het zonnebaden. Een paar minuten zonder UV-bescherming zijn wel goed voor de aanmaak van vitamine D, maar te veel zonlicht leidt tot een verbrande huid en een grotere kans op (huid)kanker.

Waar hangt de vitamine D aanmaak vanaf?

Zijn supplementen met vitamine D nuttig?

de Duitse Vereniging voor Voeding (DGE) raadt aan om tussen oktober en februari, als er geen zonlicht is dagelijks een voedingssupplement te nemen dat 20 microgram (800 IU) vitamine D bevat.[6]

Andere studies suggereren dat de DGE waarde zelfs nog te laag is. Een onderzoeksrapport dat verscheen in het Journal of Clinical Endocrinology and Metabolism benadrukte dat volwassenen tussen 19 en 50 jaar elke dag minstens 600 IU nodig hebben om hun beenderen en spierfunctie in stand te houden. Om daarvoor een voldoende grote voorraad vitamine D in het bloed te hebben adviseert dit rapport om 1500 tot 2000 IU per dag te nemen in de vorm van voedingssupplementen. Is er al een tekort dan zouden volwassen dat kunnen verhelpen door gedurende korte, vastgestelde tijd dagelijks tienduizend IU in te nemen.[7]

Vitamine D en vitamine K

Van vitamine K wordt gedacht dat het dezelfde beschermend eigenschappen heeft als vitamine D. Het is voornamelijk bestemd voor het voorkomen en behandelen van botziekten en vaataandoeningen. In de natuur komt vitamine K1 bijvoorbeeld voor in groene groenten, terwijl vitamine K2 wordt geproduceerd door bacteriën in het spijsverteringskanaal. Hoeveel vitamine K we nodig hebben is nog niet uitputtend onderzocht[41].

Steeds opnieuw is geopperd dat het slikken van vitamine D een vitamine K tekort als gevolg kan hebben omdat beide vitamines betrokken zijn bij de vorming van botten en elkaar wederzijds beïnvloeden. Dit is nog niet wetenschappelijk bewezen[40]. Momenteel raden experts een gelijktijdige inname van de vitamines D en K alleen aan als aanvullende behandeling van osteoporose (botontkalking) en het voorkomen van botbreuken bij ouderen [41-43].

vitamine D tekort

Geschat wordt dat een miljard mensen op de aarde behebt zijn met een tekort aan vitamine D[9,10]. Diverse studies hebben dit tekort gekoppeld met chronische ziekten als osteoporose, diabetes mellitus (suikerziekte), kanker, depressie, hart- en vaatziekten en een verstoord immuunsysteem [14-17].

Wat zijn de oorzaken van vitamine-D-tekort?

Een gebrek aan vitamine D komt voor omdat we niet genoeg zonlicht krijgen. Terwijl onze voorouders vrijwel altijd in het bestaand van de mensheid buiten waren, brengen moderne mensen veel tijd binnen door. Bovendien bedekken we ons lichaam met kleding en smeren ons in met zonnebrandcrème. Dat zijn allemaal factoren die het effect van UV-B straling op onze huid reduceren, waardoor we niet in staat zijn om onze eigen benodigde vitamine D aan te maken[19].

Goed om te weten: Door het smeren van zonnebrandcrème met factor 30 verminderen we de aanmaak van vitamine D met meer dan 95 procent[31].

Er zijn ook andere redenen die een negatief effect hebben op onze vitamine D aanmaak.[2]

  • Ziekten die de afbraak en aanmaak van vetweefsel verstoren, zoals coeliakie, galzuurtekort en alvleesklier insufficiëntie
  • En bepaalde medicatie zoals bloeddrukverlagers, cytostatica, antioestrogenen, anti-epileptica of plantaardige medicijnen

Symptomen van een vitamine-D-tekort

Een gebrek aan voldoende vitamine D gaat zelden gepaard met eenduidige symptomen. Kenmerken zijn vaak algemeen van aard, zoals vermoeidheid, spierzwakte, pijn in de botten of hoofdpijn.[1] Hierdoor wordt de bron van de symptomen vaak niet onderkend totdat er echte deficiëntie-ziekten optreden. Het verweken van de botten (osteomalacia) is een vaak voorkomend gevolg van een langdurig vitamine-D-tekort[19].

Mensen met een langdurig en groot tekort aan de zonnevitamine hebben verhoogd risico op:[19]

  • osteomalacia en osteoporose
  • vervormde botten (bij kinderen in de groei)
  • pijn en zwakte van de botten (osteoarthritis)
  • botbreuken bij ouderen (ouder dan 65)

Daarbij komt dat recent onderzoek ook andere ziekten in verband heeft gebracht met een gebrek aan vitamine D. Deze ziekten komen vaak voor in combinatie met een tekort, maar het precieze verband wordt nog onderzocht[20, 21].

  • hoge bloeddruk en hartziekten
  • suikerziekte (diabetes mellitus)
  • depressie
  • ernstige ontstekingen zoal tuberculose en chronische nierontsteking
  • haaruitval

Wie wordt getroffen door vitamine-D-tekort?

In het algemeen komt een tekort voor in alle leeftijdsgroepen, sociale groepen en geografische regios zoals Europa, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten. Maar sommige groepen lopen wel meer risico dan anderen. Als je tot een van deze hoog-risico groepen hoort zou je regelmatig je vitamine D moeten (laten) controleren en daar, indien nodig actie op ondernemen door supplementen te slikken

De risicogroepen zijn:[18]

  • mensen die hun tijd voornamelijk binnen doorbrengen, en zij die als ze buiten zijn het hele lichaam bedekken.
  • zZwangere vrouwen, omdat ze meer behoefte hebben aan vitamine D.
  • mensen met een donkere huid, omdat ze de aanwezige UV straling minder efficiënt gebruiken om vitamine D aan te maken.
  • ouderen, omdat ze op latere leeftijd minder goed vitamine D kunnen aanmaken, en omdat ze door verminderde mobiliteit minder tijd buiten doorbrengen.
  • jonge kinderen, omdat moedermelk maar weinig vitamine D bevat en jonge kinderen niet aan de zon blootgesteld mogen worden.

Vitamine-D-tekort op hoge leeftijd

Oude man geniet van de zon

Vanaf de leeftijd van 60 jaar komt een tekort aan vitamine D bijzonder vaak voor. Dat is niet omdat ouderen zelden in de zon komen, hun huid maakt eenvoudigweg vier keer minder vitamine D aan dan de huid van jongeren. Ben je ouder dan 60 dan raden we je aan om regelmatig een check-up te doen qua vitamine D niveau, en om waar nodig over te gaan op een voedingssupplement met vitamine D[22-25].

Het heeft echt zin, omdat het helpt bij klachten die vaak voorkomen op deze leeftijd. De lijst met gunstige effecen bevat onder andere :[22, 26-29]

  • voorkomen van botbreuken
  • verbetering van de bloedsomloop
  • vermindering van het risico op kanker, bv darmkanker
  • verbetering van het evenwichtsgevoel
  • behoud van spierkracht

Test je vitamine D

Vitamine D testEr zijn veel elementen betrokken bij het aanmaken van vitamine D. Zonder een test uit te voeren is het moeilijk om aan te geven wat voor jou de beste wijze is om op het ideale niveau uit te komen. Wil je weten of, en hoeveel, je moet overgaan tot het aanvullend innemen van voedingssupplementen met vitamine D is een vitamine D test echt de moeite waard, zeker als je tot een van de risicogroepen behoort.

Het meest voorkomende onderzoek is een bloedonderzoek dat wordt afgenomen door de huisarts. Met een thuistest zoals van cerascreen® Vitamine D Test kan je het ook eenvoudig thuis doen. Je neemt in alle rust een paar druppels bloed uit een vingertop en verzend het bloedmonster naar een gespecialiseerd laboratorium. Daar wordt in het monster de hoeveelheid 25-(OH)-D geanalyseerd. Daarvan krijg je het resultatenverslag digitaal toegestuurd waarin is aangegeven in welk gebied de waarde ligt met adviezen of je bijvoorbeeld over moet gaan op een aanvulling van vitamine D met behulp van voedingssupplementen

Ga niet zomaar aanvullend vitamine D slikken, zonder dat er eerst een bloedonderzoek is gedaan. In tegenstelling tot andere vitamines wordt een overschot aan vitamine D niet uitgescheiden via de urine. Als je al voldoende vitamine D hebt en langdurig extra hoge doses inneemt kan overdosering een probleem worden. Dat kan gepaard gaan met misselijkheid, overgeven, hartritmestoornissen, ontregeling, en op de lange termijn ook in gewichtsverlies, nierstenen en orgaanschade[2,5].

Vitamie D en ziekten

Vitamine D tekort verhoogt de kans op aandoeningen

In de afgelopen jaren is er veel tijd besteed aan onderzoek naar het verband tussen het vitamine D niveau en de invloed op de gezondheid. We geven hier een overzicht van enkele studies die de koppeling tussen enkele aandoeningen en de zonnevitamine hebben kunnen leggen.

Vitamine D - depressie en geestelijke gezondheid

Als je een tekort hebt aan vitamine D dan kan dat invloed hebben op je geestelijke gezondheid. Zo kunnen, onder andere, depressie, stress, wispelturigheid en angsten, worden beïnvloed of versterkt als je niet genoeg van de zonnevitamine in je lichaam hebt[74, 75].

De relatie tussen een laag vitamine D niveau en depressie is al onderzocht. Mensen met een depressie hebben significant minder vitamine D "aan boord" dan gezonde mensen [51, 52]. Sommige wetenschappers suggereren dat bij deze mensen het voorschrijven van vitamine D supplementen de depressieklachten zou kunnen verminderen, maar daar voor is tot op heden niet voldoende bewijs voor om specifieke aanbevelingen te doen[53].

Door de hormoonachtige effecten van vitamine D kan het ook de hersenfunctie ondersteunen. Het helpt dan bij het geheugen, bij het verwerken van informatie en het maken van beslissingen. Mensen met een tekort aan vitamine D presteerden slechter bij taken waarvoor aandacht en concentratie nodig waren[76].

De zonnevitamine en goed slapen

Iraanse wetenschappers hebben in 2017 onderzoek gedaan naar het effect van vitamine D op de kwaliteit van hun nachtrust. 89 deelnemers aan het onderzoek, allen met slaap-aandoeningen kregen een vitamine D supplementen of placebo's toegediend. De groep met aanvullende vitamine D had daarna een aantoonbaar betere nachtrust, sliep langer en had minder tijd nodig om in slaap te komen dan de controlegroep die neppillen had gekregen[79]. Een anderzoek heeft ook een verband kunnen leggen tussen een vitamine D tekort en slechte nachtrust[80].

Goed om te weten: De Duitse ziektekostenverzekeraar DAK heeft onderzocht dat bijna de helft van de Duitse beroepsbevolking (43 procent) regelmatig vermoeid is op het werk. Een derde (31 procent) voelde zich uitgeput. In vergelijking met 2010 gebruiken twee keer meer werknemers tegenwoordig slaapmedicatie[78].

Haaruitval en vitamine D

Het is al langer bekend dat vitamines en mineralen invloed hebben op de groei van haren. Bijvoorbeeld ijzer, biotine en zink zijn allemaal van belang voor de gezondheid van de haarwortel[54]. Onderzoek in reageerbuisjes suggereert dat ook vitamine D betrokken is bij de groei van haar. Vitamine D bevordert de aanmaak van receptoren in de haarwortel, die op hun beurt de daadwerkelijke haargroei stimuleren. Er zijn echter tot op heden geen rapporten verschenen over klinisch onderzoek die dat bevestigd heeft[55].

Vitamine D en migraine

Migraine is een heftige, steeds terugkerende hoofdpijn. De wetenschap vermoedt dat migraine aanvallen het gevolg zijn van een ontsteking van de zenuwen en bloedvaten[49]. Momenteel wordt onderzocht of een vitamine D aanvulling deze ontstekingsbronnen kan neutraliseren. De onstekingsremmende werking van vitamine D in het algemeen is al bekend en beschreven in ander onderzoek[60-62].

Er zijn echter nog maar weinig onderzoeken in deze richting en de resultaten zijn nog wisselend. Sommigen hebben een verband tussen vitamine D en migraine kunnen aantonen, en één onderzoek heeft kunnen laten zien dat het innemen ven extra vitamine D de tijd tussen migraine aanvallen verlengt[63]. Andere onderzoeken hebben echter geen verband kunnen aantonen.

Vitamine D en huidaandoeningen

Vitamine D lijkt ook een rol te spelen in de huid. De vitamine draagt duidelijk bij aan de wondgenezing en de ontwikkeling van de beschermende huidbarrière. Een tekort aan vitamine D kan daardoor bijdragen aan het optreden van huidaandoeningen zoals bijvoorbeeld eczeem (atopisch eczeem), psoriasis en huiddepigmentatie (vitiligo)[66].

De wetenschap heeft veelbelovende resultaten geboekt met betrekking tot vitamine D supplementen en atopische (neuro)dermititis. Eczeempatiënten zijn erg bevattelijk voor bacteriële infecties van de huid, en een onderzoek toonde aan dat bij een laag vitamine D gehalte in het lichaam deze gevoeligheid sterker werd[67,68]. Onderzoekers houden zich ook bezig met de vraag of vitamine D supplementen positief kunnen bijdragen bij de behandeling van psoriasis en vitiligo[69,70].

Vitamine D in combinatie met hart- en vaatziekten

Studies tonen aan dat vitamine D de spieren rondom het hart kan versterken. In aanvulling daarop vervult vitamine D ook een belangrijke rol in de calcium- en fosfaatstofwisseling. De zonnevitamine zorgt ervoor dat beide mineralen in de botten blijven opgeslagen. In afwezigheid van voldoende vitamine D heeft met name calcium de neiging om te migreren van de botten naar de bloedvaten die daardoor kunnen verkalken[46].

In 2012 verscheen een publicatie in het American Journal of Cardiology waarin aangetoond werd dat een vitamine D tekort de sterftekans als gevolg van hart- en vaatziekten vergrootte. Het gebruik van vitamine D supplementen verminderde de sterftekans toonde hetzelfde onderzoek aan. De auteurs stelden dat vitamine D tekort dus een risicofactor is voor vaataandoeningen, problemen met de hartspier en hoge bloeddruk[64].

Deze resultaten werden bevestigd door een ander onderzoek waarbij 40.000 patiënten betrokken waren. Deelnemers met een vitamine D niveau van minder dan 15 mg/ml hadden een grotere kans op verhoogde bloeddruk, meer aanwezig bloedvetten, hartaandoeningen en beroerte dan de deelnemers met een vitamine D niveau van 30 ng/ml[65].

Vitamine D en kanker

Velen beschouwen vitamine D als een straaltje hoop als het gaat over het voorkómen van kanker. De onderzoeksresultaten zijn tot nu toe echter wisselend. Er zijn wel onderzoeken gedaan die een verband konden aantonen tussen vitamine D en de kans op darm- en borstkanker. [46, 47].

Actuele, grootschalige meta-onderzoeken hebben echter geen invloed van vitamine D op de ontwikkeling van kanker kunnen vinden. De teneur in het onderzoeksveld is dat er meer onderzoek nodig is voor er harde conclusies kunnen worden getrokken. Deze onderzoeken vinden nu plaats, waarbij ook naar de invloed van hoge-dosering vitamine D supplementen op het optreden van kanker wordt gekeken.

Vitamine D verhoogt de kans op sterfte

De Duitse ESTHER studie, waarbij bijna 9.600 mannen en vrouwen waren betrokken, legde een verband tussen een tekort aan vitamine D en een verhoogde sterftekans. Deelnemers met een lage of heel lage vitamine D niveau hadden een 20% hogere sterftekans dan degenen met een voldoende hoge vitamine D aanmaak. Bij vrouwen was het effect nog groter[48].

Vitamine D: in vogelvlucht

Wat is vitamine D?

Vitamine D is tegelijkertijd een vetoplosbare vitamine en een hormoon. Het is betrokken bij vele processen in het lichaam, waaronder de bot-stofwisseling, de spierfunctie, het immuunsysteem en de bescherming van het vaatstelsel.

Hoe komen mensen aan vitamine D?

Ons lichaam produceert 80 to 90 procent van onze vitamine D zelf, maar daarvoor heeft het UV-B straling uit zonlicht nodig. Om ons niveau aan vitamine D op niveau te houden moeten we ons gezicht, handen en armen gedurende de zomermaanden drie keer per week 10 tot 20 minuten aan de zon blootstellen. De overige 20 procent verkrijgen we via ons voedsel, met name uit vette vis, eieren, zuivel en paddestoelen

Wie wordt getroffen door een tekort aan vitamine D?

Op de hele aarde zijn er ongeveer een miljard mensen die niet voldoende vitamine D hebben. De risicogroepen zijn ouderen, zwangere vrouwen, mensen met een donkerder huidskleur en mensen die zelden buiten komen en zij die hun lichaam helemaal bedekken als ze buiten zijn.

Wat zijn de gevolgen van een tekort aan vitamine D?

Een tekort aan vitamine D kan grote negatieve gevolgen hebben, met name voor de gezondheid van het beenderstelsel waar het tekort osteomalacia of osteoporose tot gevolg kan hebben. Andere aandoeningen die in verband worden gebracht met een tekort zijn onder andere depressie, hart- en vaatziekten, haaruitval, huidaandoeningen en migraine.

Hoe kan ik mijn vitamine D niveau controleren?

Met behulp van een bloedtest kan je de concentratie 25-(OH)-D in je bloed laten controleren. Dat is de meest informatieve parameters. Zo'n bloedtest kun je eenvoudig thuis afnemen. De meeste wetenschappelijke publicaties raden aan een niveau van minstens 30 ng/ml na te streven.

Wat kan ik doen als ik een vitamine D tekort heb?

Heb je eenmaal een tekort dan is het moeilijk om dat te compenseren met alleen zonnebaden en andere voeding, zeker in jaargetijden waarin de zon maar weinig schijnt en er geen UV-B straling is. Voedingssuplementen zijn in dat geval veel effectiever. Een dagelijkse dosis van 1000 tot 2000 International Units (IU) is de aanbevolen hoeveeheid om op niveau te blijven. Om een tekort aan te vullen zijn hogere doses nodig.

Bronnen

  1. Häufigkeit allergischer Erkrankungen in Deutschland, https://edoc.rki.de/oa/articles/reSp8JYqnpVo/PDF/20xkoi9E0FU4w.pdf
  2. Kasper, H., Burghardt, W.: Ernährungsmedizin und Diätetik. Elsevier, Urban & Fischer, München (2014)
  3. Skypala, I.: Adverse food reactions--an emerging issue for adults. J. Am. Diet. Assoc. 111, 1877–1891 (2011).
  4. Roitt, I.M., Brostoff, J., Male, D.K. eds: Kurzes Lehrbuch der Immunologie. Thieme, Stuttgart (1995)
  5. American College of Allergy, Asthma & Immunology: Food Allergy, http://acaai.org/allergies/types/food-allergy
  6. Patel, B.Y., Volcheck, G.W.: Food Allergy: Common Causes, Diagnosis, and Treatment. Mayo Clin. Proc. 90, 1411–1419 (2015)
  7. Graham-Rowe, D.: Lifestyle: When allergies go west. Nature. 479, S2–S4 (2011).
  8. Björkstén, B.: Genetic and environmental risk factors for the development of food allergy. Curr. Opin. Allergy Clin. Immunol. 5, 249–253 (2005)
  9. Naleway, A.L.: Asthma and Atopy in Rural Children: Is Farming Protective? Clin. Med. Res. 2, 5–12 (2004)
  10. Sepp, E., Julge, K., Vasar, M., Naaber, P., Björksten, B., Mikelsaar, M.: Intestinal microflora of Estonian and Swedish infants. Acta Paediatr. Oslo Nor. 1992. 86, 956–961 (1997)
  11. S3-Leitlinie Allergieprävention - Update 2014. Leitlinie der Deutschen Gesellschaft für Allergologie und klinische Immunologie (DGAKI) und der Deutschen Gesellschaft für Kinder- und Jugendmedizin (DGKJ)
  12. Molloy, J., Allen, K., Collier, F., Tang, M.L.K., Ward, A.C., Vuillermin, P.: The Potential Link between Gut Microbiota and IgE-Mediated Food Allergy in Early Life. Int. J. Environ. Res. Public. Health. 10, 7235–7256 (2013)
  13. Nwaru, B.I. et al., EAACI Food Allergy and Anaphylaxis Guidelines Group: The epidemiology of food allergy in Europe: a systematic review and meta-analysis. Allergy. 69, 62–75 (2014)
  14. Boyce, J.A. et al., NIAID-sponsored Expert Panel: Guidelines for the diagnosis and management of food allergy in the United States: summary of the NIAID-Sponsored Expert Panel Report. Nutr. Burbank Los Angel. Cty. Calif. 27, 253–267 (2011)
  15. Leitlinie_Management_IgE-vermittelter_Nahrungsmittelallergien-S2k-LL_Allergo-Journal_11-2015
  16. Ho, M.H.-K., Wong, W.H.-S., Chang, C.: Clinical spectrum of food allergies: a comprehensive review. Clin. Rev. Allergy Immunol. 46, 225–240 (2014)
  17. RKI - Zahl des Monats - April 2017: Allergien
  18. Burks, A.W., Tang, M., Sicherer, S., Muraro, A., Eigenmann, P.A., Ebisawa, M., Fiocchi, A., Chiang, W., Beyer, K., Wood, R., Hourihane, J., Jones, S.M., Lack, G., Sampson, H.A.: ICON: food allergy. J. Allergy Clin. Immunol. 129, 906–920 (2012)
  19. McGowan, E.C., Keet, C.A.: Prevalence of self-reported food allergy in the National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES) 2007-2010. J. Allergy Clin. Immunol. 132, 1216–1219.e5 (2013)
  20. Sicherer, S.H.: Clinical implications of cross-reactive food allergens. J. Allergy Clin. Immunol. 108, 881–890 (2001)
  21. Sampson, H.A. et al.: Food allergy: a practice parameter update-2014. J. Allergy Clin. Immunol. 134, 1016–1025.e43 (2014)
  22. Nowak-Wegrzyn, A., Fiocchi, A.: Rare, medium, or well done? The effect of heating and food matrix on food protein allergenicity. Curr. Opin. Allergy Clin. Immunol. 9, 234–237 (2009)
  23. Nowak-Wegrzyn, A. et al.: Tolerance to extensively heated milk in children with cow’s milk allergy. J. Allergy Clin. Immunol. 122, 342–347, 347.e1–2 (2008)
  24. Osborne, N.J. et al., HealthNuts Investigators: Prevalence of challenge-proven IgE-mediated food allergy using population-based sampling and predetermined challenge criteria in infants. J. Allergy Clin. Immunol. 127, 668-676.e1–2 (2011)
  25. Peters, R.L., Allen, K.J., Dharmage, S.C., Koplin, J.J., Dang, T., Tilbrook, K.P., Lowe, A., Tang, M.L.K., Gurrin, L.C., HealthNuts Study: Natural history of peanut allergy and predictors of resolution in the first 4 years of life: A population-based assessment. J. Allergy Clin. Immunol. 135, 1257-1266.e1–2 (2015)
  26. Bock, S.A., Muñoz-Furlong, A., Sampson, H.A.: Fatalities due to anaphylactic reactions to foods. J. Allergy Clin. Immunol. 107, 191–193 (2001)
  27. Bock, S.A., Muñoz-Furlong, A., Sampson, H.A.: Further fatalities caused by anaphylactic reactions to food, 2001-2006. J. Allergy Clin. Immunol. 119, 1016–1018 (2007)
  28. Chen, J.L., Bahna, S.L.: Spice allergy. Ann. Allergy Asthma Immunol. Off. Publ. Am. Coll. Allergy Asthma Immunol. 107, 191-199; quiz 199, 265 (2011)
  29. Muraro, A. et al., EAACI Food Allergy and Anaphylaxis Guidelines Group: EAACI Food Allergy and Anaphylaxis Guidelines. Primary prevention of food allergy. Allergy. 69, 590–601 (2014)
  30. Leitlinie_Management_IgE-vermittelter_Nahrungsmittelallergien-S2k
  31. Worm, M., et al.: Food allergies resulting from immunological cross-reactivity with inhalant allergens. Allergo J. Int. 23, 1–16 (2014)
  32. Beaudouin, E., Renaudin, J.M., Morisset, M., Codreanu, F., Kanny, G., Moneret-Vautrin, D.A.: Food-dependent exercise-induced anaphylaxis--update and current data. Eur. Ann. Allergy Clin. Immunol. 38, 45–51 (2006)
  33. Patterson, A.M., Yildiz, V.O., Klatt, M.D., Malarkey, W.B.: Perceived stress predicts allergy flares. Ann. Allergy Asthma Immunol. Off. Publ. Am. Coll. Allergy Asthma Immunol. 112, 317–321 (2014).
  34. Niggemann, B., Beyer, K.: Factors augmenting allergic reactions. Allergy. 69, 1582–1587 (2014)
  35. Werfel, T., Breuer, K.: Role of food allergy in atopic dermatitis. Curr. Opin. Allergy Clin. Immunol. 4, 379–385 (2004)
  36. Ellman, L.K., Chatchatee, P., Sicherer, S.H., Sampson, H.A.: Food hypersensitivity in two groups of children and young adults with atopic dermatitis evaluated a decade apart. Pediatr. Allergy Immunol. Off. Publ. Eur. Soc. Pediatr. Allergy Immunol. 13, 295–298 (2002)
  37. Atherton, D.J. et al.: A double-blind controlled crossover trial of an antigen-avoidance diet in atopic eczema. Lancet Lond. Engl. 1, 401–403 (1978)
  38. Review article: the aetiology, diagnosis, mechanisms and clinical evidence for food intolerance - Lomer - 2014 - Alimentary Pharmacology & Therapeutics
  39. Turnbull, J.L., Adams, H.N., Gorard, D.A.: Review article: the diagnosis and management of food allergy and food intolerances. Aliment. Pharmacol. Ther. 41, 3–25 (2015)
  40. Shakoor, Z., et al.: Prevalence of IgG-mediated food intolerance among patients with allergic symptoms. Ann. Saudi Med. 36, 386–390 (2016)
  41. Steeb, D. med S.: Lebensmittelunverträglichkeiten So testen Sie sich selbst: Schritt für Schritt zur richtigen Diagnose. Über 60 neue Rezepte - auch für Mehrfachintoleranzen. Schlütersche (2015)
  42. Zhang, Y., Chen, Y., Zhao, A., Li, H., Mu, Z., Zhang, Y., Wang, P.: [Prevalence of self-reported food allergy and food intolerance and their associated factors in 3 - 12 year-old children in 9 areas in China]. Wei Sheng Yan Jiu. 44, 226–231 (2015)
  43. Turnbull, J.L., Adams, H.N., Gorard, D.A.: Review article: the diagnosis and management of food allergy and food intolerances. Aliment. Pharmacol. Amp Ther. 41, 3–25 (2015)
  44. Authority, N.F., Allergy and intolerance, /foodsafetyandyou/life-events-and-food/allergy-and-intolerance
  45. Laktose - Fruktose - Sorbit: DAAB, http://www.daab.de/lebensmittel-allergietag/laktose-fruktose-sorbit/
  46. Berni Canani, R., Pezzella, V., Amoroso, A., Cozzolino, T., Di Scala, C., Passariello, A.: Diagnosing and Treating Intolerance to Carbohydrates in Children. Nutrients. 8, 157 (2016)
  47. Food intolerance, https://www.nhs.uk/conditions/food-intolerance/